Inleiding Dr. Imar de Vries
INHOUD EN LEERDOEL
"If Europeans and North Americans created and improved elaborate systems for handling information in the eighteenth and early nineteenth centuries, does that allow us to call those systems an information revolution, or are we simply forcing a late-twentieth-century concept upon our ancestors? Is the historian's job to recount the events of the past as people experienced them at the time, or is it to use hindsight to find the origins of today's world?" Daniel R. Headrick, When Information Came of Age (Oxford: Oxford University Press, 2000), p. 218-9
Het mag misschien lijken alsof we pas sinds kort in een tijd leven waarin alles sneller gaat en waarin mediatechnologieën het dagelijks leven domineren, maar is dat ook daadwerkelijk zo? Zijn de beloftes van de huidige media echt anders dan vroeger, of zijn er parallellen te trekken? In deze cursus zullen we ons bezig houden met het maken van kritische en thematische vergelijkingen tussen 'oudere' media (telegraaf, telefoon, film, radio en televisie) en 'nieuwere' media, daar waar het gaat om de verwachtingen, de daadwerkelijke ontwikkeling en de integratie ervan in cultureel-maatschappelijke structuren. Hiermee zal het mogelijk worden een historisch onderbouwde analyse te maken van mediatechnologie van vandaag de dag.
Hierbij zullen de volgende vragen centraal staan:
- Wat is er nu precies nieuw aan 'nieuwe media'?
- Hoe is de/een geschiedenis van media te construeren?
- Hoe wordt er over mediatechnologieën gedacht en gefantaseerd als ze nog jong zijn?
- Welke thema's van media-ontwikkeling zijn aan te wijzen als terugkerend?
- Wat voor nuances kan je waar leggen bij dergelijke thematische vergelijkingen?
CURSUSONDERDELEN
De cursus is gericht op het doorgronden van de historische inbedding van de 'nieuwe' media, en op het vastleggen en nuanceren van thema's die (continu) met de ontwikkeling van media zijn verbonden. Aandacht hiervoor vloeit voort uit de volgende twee onderdelen:
1. Discoursanalyse
Door het bestuderen van primaire en secundaire bronnen (let op het verschil!) zullen we een indruk proberen te krijgen van de wijze waarop media-objecten als de telegraaf, telefoon, film, radio en televisie werden aangekondigd, ontwikkeld, ontvangen en gebruikt. Deze objecten zijn echter niet het belangrijkst; hoofdzaak is het leren begrijpen van het belang van de thematiek die rond die objecten aanwezig is. Sterker nog, we zullen zien dat dergelijke objectgerichtheid lang niet altijd even productief is bij het construeren van mediageschiedenissen. Thema's die hierbij aan de orde zullen komen zijn onder andere amateurisme, broadcast vs. een-op-een, romantiek, hacken, democratische belofte, nationalisme, piraterij, digital divide, entrepreneurschap, censuur, reclame, anonimiteit, science fiction, opslag, bewijs (spionage), presence, militarisme.
2. Eigen onderzoek
De informatie die we uit de discoursanalyses hebben verkregen zal als basis dienen voor onderzoek, dat is gericht op het bepalen in hoeverre de ontwikkeling van huidige 'nieuwe' media te relateren is aan die van de 'oude' media. Het is de bedoeling te analyseren op welke wijze er sprake is van terugkerende mechanismen en thema's in het proces van media evolutie, en te beschrijven waar de nuanceverschillen liggen. Zoek naar primaire bronnen, leg verbanden en probeer uiteindelijk conclusies te trekken over de gevolgen voor de studie van hedendaagse media. Case studies die je hierbij kan bedenken zijn onder andere: waveguide, encrypting, mobiele telefonie, e-mail, games, ham radio, MC27 (bakkies), scanners, zelfbouw computers, jockey-en, gokken, tele-leren, sms, webcams, flash movies, Internet radio, e-cards, nieuwe generatie telefoons (camera/game), gokken, tele-leren.
OPDRACHTEN/WERKVORMEN
Onderzoeksgroepen
In de eerste bijeenkomst zullen de studenten vijf groepen vormen, die iedere week samenkomen. Deze groepen worden verantwoordelijk voor het geven van een college over de weekthematiek. Tijdens groepsvergaderingen worden de teksten en andere bronnen voor de erop volgende week nauwkeurig doorgesproken, waarbij telkens het belang en de mogelijke inzet voor de groepspresentatie en het eigen onderzoek centraal staat. De vergadering wordt genotuleerd en de notulen worden op WebCT geplaatst.
Individueel werk
Elke week zullen er individueel leesanalyses gemaakt worden: iedereen post elke week op de maandagmiddagleesanalyses voor alle teksten van die week. Geen samenvattingen, maar zo'n 300 woorden per tekst waaruit blijkt dat je kritisch en 'boven' de tekst kan staan. Noem kruisverbanden met andere auteurs, teksten, stromingen; geef aan van welke veronderstellingen wordt uitgegaan en waar deze openingen bieden voor toevoegingen, aanmerkingen of kritiek; kortom, laat zien dat je de tekst op een wetenschappelijke wijze kan ontleden. Afsluitend zal het onderzoek verder individueel uitgewerkt worden in de vorm van een publiceerbaar essay (er vindt wel continu feedback plaats door middel van peer-reviews in de onderzoeksgroepen). De inleverdatum voor de essays ligt op vrijdag 11 april.
Invulling werkcolleges - Eerste deel
De voor het thema van de week verantwoordelijke groep verzorgt een college van zo'n 45 minuten, waarbij de nadruk ligt op een weergave van het veld waarbinnen de gelezen teksten zijn te plaatsen. Geef geen samenvatingen (iedereen heeft tenslotte alles al gelezen), maar plaats verbanden, demythologiseer gecanoniseerde stemmen, verwijs naar vergelijkbare of juist bekritiserende bronnen, maak een historiogram van de auteurs, gebruik relevant audiovisueel materiaal, you know the drill.
Invulling werkcolleges - Tweede deel
De volgende 45 minuten zullen gebruikt worden om feedback te geven op de presentatie. De individuele groepsleden van de voor het thema van de week verantwoordelijke groep zullen in de vorm van een paneldiscussie om beurten gevraagd worden het belang van de thematiek, de teksten en de presentatie te relateren aan hun eigen onderzoeksessay. Daarna zal dit proces doorvloeien naar de rest van de werkcollegegroep. Het is dus van belang al vroeg een idee en structuur te hebben voor je essay, zodat je elke week grondig en nauwkeurig kan blijven boetseren aan de uiteindelijke vorm en inhoud. We zullen hierbij voornamelijk aandacht schenken aan methoden, maar ook aan vraagstellingen, literatuurbehandeling en structuur.
Invulling werkcolleges - Derde deel
De resterende tijd kan gebruikt worden voor (individuele) vragen aan de docent en/of andere feedback.
AFRONDING
De cursus is met goed gevolg afgerond wanneer
- De leesanalyses zijn gemaakt en ingeleverd (20% van het eindcijfer)
- De onderzoeksvorderingen naar tevredenheid zijn gepresenteerd (15% van het eindcijfer) (presentaties en notulen)
- Het onderzoeksproject in de vorm van een publicatie met een voldoende is beoordeeld (65% van het eindcijfer) en op tijd is ingeleverd
- Aan de 100% aanwezigheidsplicht is voldaan
BEREIKBAARHEID DOCENT
Imar is gedurende de cursus alleen via interne WebCT mail te bereiken, wegens een overvolle mailbox kan niet op het @uu adres gereageerd worden.



